Navigatie Link overslaanStart > Geloof > Johannes van het Kruis > Fuente 2007.11.03
Lezing Fuente 3 november 2007  LEVENSLUST                                    Marjo Bennink
                                                                                  
                                                                                   Van alle dingen is niets zo dierbaar
 En zo begerenswaard als het leven
 
Dit is een uitspraak van de grote middeleeuwse mysticus en filosoof Meister Eckhart.
Wij weten maar al te goed hoe waar deze uitspraak is.
Bij het “je geld of je leven” zal er niemand zijn die niet al zijn geld afstaat om zijn leven te behouden. We doen alles om te leven; we eten om te leven, we slapen om te leven, we bouwen zekerheden van bezit en aanzien om ons heen om te leven
Meister Eckhart benadrukt heel scherp: “Zelfs wie in de hel zijn, in eeuwige pijn, zouden hun leven niet willen verliezen. Om het even hoe ellendig het leven ook is, het wil toch leven”.
 
Als het leven dan zo belangrijk is, waarom doen wij dan de hele dag of we dat niet weten? Waarom zijn we ons dat niet op ieder moment bewust? We blijven ons verliezen in de drukte van onze dagelijkse bezigheden, hoe bescheiden of hoe groots die ook mogen zijn. We laten ons, iedere dag,de hele dag, elke dag, begoochelen en beïnvloeden door het immense gebeuren om ons heen. Hoe vaak per dag komt de gedachte aan ons sterfelijk lichaam in ons op? Hoe vaak denken wij eraan dat alles vergankelijk is en hoe vaak handelen wij hiernaar?
 
In het machtige Indiase epos de Mahabharata komt een verhaal voor waarin de Pandava broers, zeer dorstig na lange omzwervingen, eindelijk een waterbron zien. Ze rennen ernaar toe en willen zich eraan laven wanneer een machtige stem opeens zegt :”Stop! Er mag alleen van deze bron gedronken worden wanneer de oudste van jullie mijn vragen kan beantwoorden”
Onthutst en met ontzag wachten ze op de vragen.
Eén van de vragen is:”Wat is het meest wonderbaarlijke in de wereld?”
Waarop Yudistera, de oudste van de broers, antwoordt: “Dag na dag overlijden er ontelbare mensen. Alle anderen, de achterblijvende mensen zijn hier getuige van; toch geloven zij dat zij zelf voor altijd zullen blijven leven. Dat is het meest wonderbaarlijke.
 
We weten dit allemaal natuurlijk heus wel; we weten dit heel goed.
En toch is er meestal een ernstige dreiging nodig om ons dit weer ten diepste te doen beseffen. 
De dreiging van dood zoals b.v.een ernstig ongeluk, een levensbedreigende ziekte, het verlies van een dierbaar iemand.
Pas dít doet ons ogenblikkelijk beseffen wat het allerbelangrijkste is. Dit kan ons jachtige, overvolle, leven even tot stilstand en ons tot een korte bespiegeling brengen.
Maar meestal gaan we daarna vrij snel weer over tot de orde van de dag.
 
Het zijn vooral de mensen die werkelijk oog in oog in oog hebben gestaan met de dood, die ons kunnen vertellen hoe schitterend het leven is.
Die ons vertellen hoe wonderbaarlijk mooi de schepping is.
Die ons vertellen dat het meest waardevolle in ons leven ieder moment is………..
en dat weten we wel…….maar….
Wij zijn verleerd en wij zijn vergeten dit heilige cadeau van God op zijn waarde te schatten.
Dit heilige cadeau van dit wonderbaarlijke leven in onze natuurlijke toestand.
Deze natuurlijke toestand is er één van grote gevoeligheid, je wordt door alles aangeraakt. 
Blijdschap en liefde overheersen in deze natuurlijke toestand.
Vorige week mocht ik mee met m’n dochter naar de peutergymnastiek van m’n kleindochter En wanneer je dat mag meemaken en die uitbundige, vrolijke, onstuitbaar energieke hummels vol vertrouwen bezig ziet, dan is duidelijk dat die kleine mensjes levenslust in pure vorm ervaren en uitleven. “Hier is je onderwerp ‘levenslust’ mam”, merkte m’n dochter op.
Voor kinderen is ieder moment helemaal nieuw ze gaan helemaal op in ieder moment.
Ik heb Anne, m’n kleindochter, toen ze net 3 jaar was wel eens gevraagd: “Wat heb je gisteren of vanmorgen gedaan?”. Dan kijkt ze je aan met een blik die uitdrukt : waar heb je het over?
En ze geeft een antwoord met iets wat betrekking heeft op het moment waarin we zijn. Verleden en toekomst bestaan nog niet. Ieder moment is een nieuwe kans om gretig iets nieuws te ondernemen en daar blijven ze de hele dag energiek mee bezig. 
……zo gij niet wordt als de kinderen…. . heeft Jezus gezegd
 
Levenslust moet niet verward worden met overlevingdrift of drang. Dit vinden we in de gehele schepping terug bij alles wat leeft. Een niet tegen te houden levensdrang die we het gehele jaar door overal om ons heen in de natuur kunnen opmerken.
De mens reageert, wat zijn levensdrang betreft, niet anders dan alle levende organismen in de natuur. Hij past zich schier eindeloos aan nieuwe omstandigheden aan, hoe onprettig die omstandigheden ook mogen zijn.
Hij wil leven en proberen te groeien tegen alle verdrukking in
Iets hiervan speelt misschien een rol bij mensen die hun overlijden willen uitstellen zelfs ook al hebben ze een euthanasie verklaring. In mijn werk in het verpleeghuis kwam ik regelmatig tegen dat mensen,die eerder met grote stelligheid hadden vast laten leggen dat ze in geval van ernstige afhankelijkheid verdere medische behandeling niet meer wensten, hun definitieve beslissing hierover uitstelden, en uitstelden, en uitstelden’… tot uitstel niet meer nodig was.
 
Wim Sonnevelt waarschuwt ons bij monde van Frater Fenantius in zijn onvergetelijke meezinger:”zeg maar ‘ja’ tegen het leven, zeg maar ‘ja’ tegen het leven, anders zegt het leven nog ‘nee’”.
Anders zegt er het leven nog: ”Nee”
 
De Ierse dichter en geleerde John O’Donohue zegt in zijn boek Anam Cara: “In het Westen leren we van alles over de aard van de zonde, maar we leren niet dat het ongeleefde leven één van de grootste zonden is”.
 
Wij zijn op de wereld om ten volle onze eigen dromen en bestemming te leven.
Het is triest aan een sterfbed te zitten van iemand die alleen maar spijt heeft omdat hij zijn dromen altijd maar heeft uitgesteld; iemand die spijt heeft dat hij niet nog een jaar heeft om eindelijk de dingen te doen waar hij van droomde.
Er zijn veel mensen die niet het leven leiden dat ze wensen. Maar zij laten zich weerhouden van hun lotsbestemming door de verkeerde dingen..
We moeten niet toestaan dat onze eigen angsten of de verwachtingen van anderen grenzen stellen aan onze bestemming.
We moeten niet toestaan dat de omgeving al onze aandacht opslorpt met opdringerige,
schreeuwende, levenslust en schoonheid suggererende, reclames of enorme bilboards waar niemand om gevraagd heeft.
De wereld is een puinhoop, ja : onze wereld waar het ene deel van de mensheid lijdt omdat het teveel voedsel tot zich neemt en een ander deel, het grootste deel, miljarden mensen, lijdt in verstikkende armoede en ondervoeding. 
Oorlogen, geweld en strijd woeden als onbeheersbare bosbranden op de hele aardbol.
 
En wat de media de hele dag over ons uitstorten kan ons alleen maar maken tot angstige, willoze, door geld en media gemanipuleerde automaatjes, kan ons alleen maar wegleiden van onszelf en onze levenslust. Maar wie durft er te leven zonder krant, radio of TV.
Wie durft te leven zonder al deze factoren die ons van onze levenslust beroven? In de stilte?
 
Levenslust is dat zinderend warme, dankbare en liefdevolle gevoel van energie dat opborrelt uit je diepste wezen, uit je kern. Zin in leven. Zin om iets aan te pakken. Dat doen waar je voor geboren bent.
Acceptatie van wat er gebeurt in je leven en de vanzelfsprekendheid om er van te maken wat je kan, in voorspoed en tegenslag. 
 Wij moeten leren om te dansen met het voortdurend wisselende panorama van ons bestaan, omdat het leven zelfverandering is, een wijze TAO uitspraak.
En in de stroom van ons eigen leven, wanneer we het leven leiden waar we van houden, met onze aandacht en liefde op God gericht, zullen we altijd beschermd en gezegend zijn.
En wanneer we dan misschien niet permanent in de stroom van ons eigen leven staan en we ons grootscheeps laten afleiden, kan het wel voorkomen dat we er op een bepaald moment, spontaan, intens contact mee hebben: Je bezit en ziet dan de zin van leven. en je bent bezig met iets te doen dat bij je past, met iets dat bij en in jóuw leven past; iets dat je niet afleidt van je uiteindelijke bestemming; dat iets, wat je in het diepste van je hart werkelijk wil.
Daar kan heel goed bijpassen dat je bloemen plukt, of dat je een ogenschijnlijk nutteloos iets doet, als het maar past in jouw ziels bestemming.
 
……..als gij niet wordt als de kinderen……..heeft Jezus gezegd.
Wat gebeurt er toch met onze kinderen, met ons?
Bij het opgroeien botsen ze tegen grenzen. Ze botsen tegen hun eigen grenzen; Die moeten ze leren voor hun eigen veiligheid; en het leren van deze grenzen doet soms al pijn genoeg.
Maar daarnaast botsen ze ook tegen de grenzen van de mensen die hen omgeven;
Dit zijn de hardste confrontaties en dit geeft veel meer pijnlijke builen en blauwe plekken.
Tegen deze verwondingen worden verdedigings muren opgetrokken.
Hoe meer verwondingen hoe meer muur. Het kunnen zeer vele en hoge muren zijn.
Verdedigingen tegen dreigingen, echte of vermeende.
Bij moeilijkheden of conflicten hebben we de neiging om op de buitenste muur te gaan zitten en te gaan schieten op alles waarvan we denken dat het ons kwaad kan doen.
Hier in de kuststreek zie ik altijd de vergelijking met de Hondsbosche zeewering.
Wanneer je er naast staat is het een imposant groot en sterk bouwwerk.
Mocht daar toch een bres in geslagen worden dan hebben we daarachter nog altijd de slaper-dijk en daarachter zelfs nog de dromer-dijk.
Nee, onze verdedigings bouwwerken zijn niet één-twee-drie te doorbreken. 
We durven er ook niet echt goed naar te kijken, naar onze verdedigingswerken daar diep van binnen.
Van vele zijn we ons niet eens bewust omdat we niet naar binnen kijken, of niet ver genoeg..
Heeft Dag Hammerskjöld niet gezegd :”De langste reis is de reis naar binnen”.
Onze handelingen, het denken en de emoties spelen zich uitsluitend in de buitenste lagen af
Onze levenslust, ons geluk, vertrouwen is veilig opgeborgen achter onze veilige muren.
Wij zijn gevangenen in onze zelf geconstrueerde kerkers en
Wat is verlossing anders dan het afbreken, doen verdwijnen van deze verdedigings muren?
Wat is verlossing anders dan dat we in onze kern staan, één met ons diepste wezen
Dan is verdediging niet meer nodig dan staat de deur naar de ontmoeting met God open.
 
Alles wat Johannes van het Kruis ons heeft nagelaten spreekt de aanmoediging uit om op weg te gaan naar onze kern, naar de Beminde, en hij heeft alle afleidingen gekend.
Alle afleidingen die ons afhouden van de weg naar God; de weg naar binnen.
Daarom schrijft hij: (blz. 299 strofe 3, 10)
 Dit is dus, zoals de ziel in deze strofe zegt, de wijze waarop zij te werk moet gaan om op deze weg haar Beminde te kunnen zoeken. In het kort samengevat bestaat hij hierin, dat men zó standvastig en dapper is, dat men zich niet bukt om de bloemen te plukken. Hij bestaat in moed, zodat men de wilde dieren niet vreest, en in sterkte, zodat men de burcht en de grens kan passeren. De ziel mag zich nergens anders mee bezig houden dan met haar tocht over de bergen en oevers van de deugden ((en geestelijke oefeningen)) (en wel op de wijze die wij zojuist verklaart hebben).
 
Soms lijkt de weg die Johannes ons wijst een stenig, doornig, smal pad te zijn dat we, ons serieus pijnigend aan alle scherpe uitsteeksels, tot het nimmer opdagende einde, op blote voeten moeten aflopen.
Levenslust lijkt hierbij uitgesloten.
 
Niets is minder waar.
Hoe meer we naar ons middelpunt komen, hoe blijer we zijn. Hoe kan het ook anders: Wij zíjn vreugde. Onze diepste, innerlijkste wezen is vreugde en liefde.
Pijn is alleen het teken dat wij onszelf verkeerd begrepen hebben.
We mogen vertrouwen hebben dat God voor ons volmaakt geluk wil.
God is en wil voor ons vreugde en vrede.
Levenslust en blijdschap zijn gerechtvaardigd.
In vertouwen en met onze blik op Hem kunnen we gelukkig zijn, ook al zijn we in situaties die we zelf niet uitgekozen zouden hebben op het eerste gezicht
Ieder moment is door God gegeven.
Leven in dat moment geeft vreugde en levenslust.
Laten we ons vandaag weer wat meer bewust worden wat voor óns geluk en levenslust is.
En laten we ons vol vertrouwen overgeven aan die stroom van leven en liefde die God is,
die wij zijn.