Navigatie Link overslaanStart > Geloof > Johannes van het Kruis > Fuente 2003.05.03
Lezing Fuente 3 mei 2003           Stilte      Marjo Bennink

 

Wanneer de lippen zwijgen, begint het hart te spreken           

Wanneer het hart stil is, ontgloeit het diepste wezen

                                               En de vlam die daar uit opstijgt, verlicht het hele leven(3) 
Lieve mensen,
 
Vrienden en familieleden die hoorden dat ik bezig was met een inleiding over stilte, reageerden met de opmerking: “Nou, dat is dan niet zo moeilijk; je zegt een kwartier niets, dan draai je het lege blad om en zegt weer een kwartier niets”.
We kunnen er wel zeker van zijn dat er alles behalve stilte zou ontstaan.
En, de meesten van ons hebben, evenals ik, het gesproken woord nog nodig als voeding voor de geest. Woorden kunnen innerlijke snaren beroeren en een vingerwijzing vormen naar dat wat onzegbaar is.
 
Dus… geen volledige stilte maar een gesproken inleiding met in het achterhoofd een stille waarschuwing van Johannes van het Kruis naar de gevaren van praten en een veelheid van woorden.
Zo zegt hij b.v. in een brief aan de ongeschoeide Karmelietessen te Beas:
“Wanneer er ergens een tekort aan is dan is het niet aan schrijven of spreken maar aan zwijgen en praktijk. Want spreken verstrooit maar zwijgen en bezig zijn schenken ingekeerdheid en kracht aan de geest.” 
En : “Het allernoodzakelijkst voor ons is dat wij ons tegenover onze grote God het stilzwijgen opleggen aan ons strevend verlangen én aan onze tong. De enige taal die Hij verstaat is het zwijgen van de liefde”.
 
We kennen allemaal wel de verslaving aan praten maar ook het verlangen naar stilte.
Stilte beleven in deze tijd, in deze wereld, is bijna niet mogelijk.
Het is een luidruchtige tijd. Wij kunnen de stilte niet meer vinden; wij willen de stilte niet meer vinden in onze rusteloze jagende levens. Wij verdoven ons met schallende ontspanningsmuziek, luidsprekers, maar ook met telkens dezelfde discussies en gebabbel.. Wij worden dag en nacht geprikkeld door een overdaad aan klanken, kleuren en beelden.
Het evenwicht tussen stilte en geluid, rust en beweging, zwijgen en spreken is zoekgeraakt.
De stille stemmen van de natuur worden niet meer gehoord.
Wij verdoven ons met het nieuws op radio en T.V. bijna iedere auto heeft een autoradio of anders wel een CD speler, of allebei. Het gebrul, geschetter, gejengel is niet van de lucht.
We horen het niet eens meer. En wanneer ik in het verpleeghuis zo nu en dan de schallende radio uitzet, wordt de afwezigheid van zulke muziek als “akelig stil” ervaren,
 
Wij willen lawaai in de wereld om ons heen.
Het lijkt ons gerust te stellen; wij vluchten erin.
Wat is de reden dat wij zo geboeid worden en gevangen gezet door lawaai? Misschien omdat we in de buitenwereld een afspiegeling willen zien van onze innerlijke wereld.
Het is ten slotte veel gemakkelijker naar de narigheid en ellende om ons heen te kijken en erover te klagen dan de narigheid in onszelf te herkennen en er de verantwoordelijkheid voor te nemen.
Toch boeien onze innerlijke roerselen ons zeer.
Ze boeien ons eigenlijk nog meer dan de herrie in de buitenwereld.
Het innerlijk rumoer bestaat uit een ordeloze kakofonie van : rondzoemende zorgen, vriendelijk tingelende gevoelens, opgewonden tetterende plannen en ideeën, verdrongen emoties en begeerten die sissen als een hogedrukpan.
Onze persoonlijkheid zelf zouden we wellicht kunnen zien als het effect van de naald op
de grammofoonplaat die blijft hangen en telkens hetzelfde riedeltje afdraait, wat ons op onverklaarbare wijze toch telkens weer boeit.
 En gevangen houdt; want probeer het maar eens om níet te denken aan datgene waar je niet aan wilt denken. Het lijkt wel of, hoe meer je je voorneemt ergens niet aan te denken, hoe dringender je er aan denkt. Gedachten lijken hun eigen gang te gaan en emoties, denk aan angst, woede of zorgen zijn moeilijk van ons af te schudden.
 
Tijdens de middag bijeenkomst van de vorige Fuente dag hebben we gesproken over de
beschrijving van ons innerlijk door Koen de Meester. Hij schildert ons innerlijk af als een café met luidruchtige gasten, zoals daar zijn meneer Verstand, meneer Wil, mevrouw Verbeelding en al die weerbarstige, humeurige drenzende kinderen, de emoties. Een lawaaiig stelletje. Ieder met zijn eigen karakter en eigen spel. Wij laten ons alle kanten opsturen en kunnen deze gasten niet of nauwelijks in de hand houden omdat we denken dat we het zelf zijn, omdat we ons identificeren met elk van onze gasten.
In hun spel zijn wij maar al te gretig actief deelnemer.
En omdat we zo graag meespelen is het niet gemakkelijk om niet mee te doen en in alle rust alleen de waarnemer van dit innerlijk rumoer te zijn. Het is ook niet gemakkelijk om deze gasten de baas te zijn en sturing te geven.
Mijn eigen ervaring is dat ik me nog steeds te veel laat meeslepen door te veel van die gasten.
 
Door het innerlijk lawaai wordt de sprekende stilte van het hart het zwijgen opgelegd.
En zolang wij spreken zwijgt God.
Zo missen wij door alles wat om ons en in ons klinkt dát, waar wij het meest naar verlangen
maar wat zich alleen in de stilte openbaart
 
Meer dan ooit, en meer dan wat dan ook, heeft onze onrustige, begeerten en angsten-wekkende tijd stilte nodig.
 
Stilte is onze oorspronkelijke natuur.
Stilte is de oorspronkelijke natuur van alle dingen.
Elk geluid wordt uit stilte geboren, sterft weg in stilte en wordt tijdens zijn leven omgeven door stilte. Het geluid kan er zijn door de stilte. Stilte is een wezenlijk, ongemanifesteerd deel van elk geluid, van elke muzikale toon, van elk lied en elk woord.
Het ongemanifesteerde is in deze wereld aanwezig in de vorm van stilte.
Vandaar de uitspraak dat niets in de wereld zo op God lijkt als stilte.
Het enige dat je hoeft te doen is erop te letten, stil te zijn.(5)
 
Eén dezer dagen was ik in het Maria-kapelletje in Keinse bij Schagen. Mijn dochter gaat daar regelmatig heen en zij vroeg of ik eens mee wilde. Zo gingen we, op zo maar een avond, na het avondeten, langs de bollenvelden van Noord Holland naar dat heel kleine kapelletje, onder aan de Westfriese Zeedijk. Van buiten heeft het iets van een schuur maar van binnen is het een goed onderhouden kapelletje. Rondom het Maria beeld staan veel mooie verse bloemen en er branden vele kaarsen. Het was druk maar er was plaats genoeg.
Er heerste een heel fijne sfeer.
Buiten hoorde je mensen praten, er reed verkeer over de dijk, er kwam een trein voorbij, een ezel was luidkeels aan het balken, koeien loeiden maar ondanks deze opdringerige geluiden was het binnen stil. Ondanks al dat lawaai ervoer ik een bijna tastbare stilte, waarin alle geluiden een plaats hadden maar deze stilte niet aantastten.
 
Om stilte te ontdekken hoeven we geen lange reis te maken, een bepaalde methode te volgen, de afzondering te zoeken van de natuur of de meditatiekamer. Tot stilte komen we door het tot rust komen van de geest, door het afwezig zijn van verlangens, door het tot stilstand komen van alle zoeken en vragen; wanneer verleden en toekomst geen rol spelen en er niets meer is dan dit moment, het nu.
Om de stilte te ontdekken hoeven we geen lange reis te maken, tenzij de reis van het hoofd naar het hart, van denken naar voelen, naar een eenvoudig zijn.
Soms kan de stilte ons overrompelen, als een genade, bij het aanschouwen van de natuur of een prachtig landschap maar ook te midden van het lawaai in de stad. Stilte kan niet opgeroepen, afgedwongen of geforceerd worden. Om stilte kunnen we ook niet vragen.
Stilte is altijd aanwezig.
 
Wat kunnen we doen:
Tijd vrij maken voor rust, stilte en gebed
Aandacht hebben voor stilte.
                        Luisteren naar de stilte achter de geluiden van de natuur.
                        Luisteren naar de stilte achter de muziek, tussen de woorden.
                        Aandacht in momenten waarin we ons geïnspireerd en diep geraakt voelen want niet door de mond te sluiten ontstaat stilte maar door het hart te openen.
 
In de stilte ligt ons grootste geluk.
In momenten van stilte ontstaan de zuiverste opwellingen, onze grootste overwinningen.
Stilte is nooit onvruchtbaar of onproductief..
In stilte komt nieuw leven in de natuur tot stand.
In stilte verdiept het leven zich, groeien nieuwe krachten.
Door stilte wordt de persoonlijkheid gezuiverd en verfijnd.
Stilte is nodig voor de rijping van de ziel
 
Stilte is er altijd, zoals de lucht die wij inademen. Het is de grondeloosheid van het bestaan zelf, de bronloze bron, waaruit alle dingen steeds opnieuw tot leven komen, verschijnen en verdwijnen. Het is de toestand die geen toestand is, nog vóór het scheppend Woord…(4)
 
Stilte is vervuld van Gods aanwezigheid.
En wanneer het stil blijft in ons hart, breidt de stilte zich onmetelijk uit en kunnen we de stilte van God ervaren. Dan ervaren we iets van zijn overweldigend geheim, groot en zwijgend, als de kosmische ruimten van het universum.
 
Moge ons de ervaring gegeven zijn dat:
Het allerbeste en alleredelste, waartoe de mens in dit leven kan komen is, dat hij zwijgt en God in zich laat spreken(2)
 
 
Bronnen:
Johannes van het Kruis          Mystieke werken
Meester Eckhart                     Waar God naamloos is(2)
Inayat Khan (3)
Marcel Messing                     Een land zonder pad(4)
Eckhart Tolle                          De kracht van het NU(5)