Navigatie Link overslaanStart > Geloof > Johannes van het Kruis > Fuente 2002.04.27
 
Lezing 27 april 2002 Joh. v.h.Kruis                                         Marleen Kroezen
 
Lieve mensen, welkom,
 
We zijn hier vandaag bij elkaar rondom het gedachtegoed van Johannes van het Kruis met het thema “Liefdevolle aandacht”
Onder Liefdevolle aandacht verstaat Johannes van het Kruis een bidden zonder woorden, een liefdevol aanwezig zijn bij God, die hij zijn Beminde noemt.
Door eigen ervaringen in een hard leven, weet Johannes van het Kruis waar hij het over heeft, en ziet hij hoe mensen om hem heen, worstelen met hun omgang met God.
 
Wie is Johannes van het Kruis?    1542 - 1591
 
Hij is de geschiedenis ingegaan als een groot mysticus en dichter, geestelijk begeleider van velen tijdens zijn leven en daarna. Zijn werken behoren tot de belangrijkste van de Spaanse literatuur. Johannes van het Kruis is in 1926 uitgeroepen tot kerkleraar.
 
Johannes van het Kruis leert ons de weg kennen naar God toe.
Door zijn poëzie en proza laat hij ons in het leven kijken door middel van beelden.
Op jonge leeftijd is hij verpleger, ziet liefdevol naar de zieken om, doet de minste werkjes, maakt vreselijke wonden schoon, en helpt mensen hun lijden verlichten. Maar toch vindt hij daarin niet wat hij zoekt. Al die goede werken brengen hem niet bij wat hij zoekt, namelijk zijn diepste kern, de Beminde.
 
Eén zijn met de Beminde daar gaat het hem om.
 
Hij laat ons zien dat de uiteindelijke zin van het leven een transformatie, een omvorming in liefde, in God is, voor zover dat ons in dit leven gegeven is…
Worden als Christus.
 
Johannes van het Kruis richt zich tot volwassen mensen met al een zekere mate van gebedsleven, met name kloosterlingen waar hij geestelijk begeleider voor was, maar ook tot leken, mensen buiten de orde. In het Katholieke Spanje van zijn tijd, was bidden heel gewoon, zoals de meeste van ons dat ook in hun eigen jeugd beleefd hebben.
 
Het Onze Vader, een Weesgegroet, gebeden die we al of niet met aandacht of uit gewoonte baden. Toen ik jong was moesten we iedere avond een rozenhoedje bidden gevolgd door een avondgebed. 13 kinderen in de jaren zestig, allemaal op de knieën. Het was in die tijd niet vol te houden, mijn grotere broers hadden op een gegeven moment de krant of een ander blaadje voor hun neus. Jaren bad mijn vader met de oudsten ‘s morgens een gebed, mijn moeder met de jongsten een uurtje later. Bij moeilijke beslissingen binnen gezin of bedrijf hoorde ik mijn moeder vaak zeggen “Heilige Geest verlicht mijn verstand.“ Zij handelde dan naar beste weten en kunnen, in samenspraak met wat de geest haar ingaf.
 
Bidden dus met de paplepel ingegoten.
Sommigen van die tijd zullen het hebben volgehouden, anderen niet. Maar een zekere basis lag er wel.
 
Mensen groeien op in studie en werk, vormen een gezin, maken carrière en dan….
Dan bekruipt het gevoel, is dit het nou? Er moet toch meer zijn?
Je gaat weer eens naar de kerk, je zoekt de oude gebeden weer eens op, maar vindt het niet.
Dan kan het een zegen zijn Johannes van het Kruis op je pad tegen te komen.
 
Waar houdt Ge U verborgen? De eerste regel van het Geestelijk Hooglied was het thema van de vorige Fuente dag. Het volgende woord is “Beminde” en daar begint de aangeboden tekst van vandaag mee. We zijn op zoek naar wie we zijn, naar onze diepste kern die liefde, die God is. Die diepste kern die ieder van ons in zich draagt.
We moeten er alleen nog toe komen met ons hart te zoeken, met liefde te zoeken naar die diepste kern. Dan zullen we rust vinden en zijn wie we werkelijk zijn.
 
In zijn gedicht het Geestelijk Hooglied neemt Johannes je mee op reis naar de Beminde, die voor hem is:
Het bergland,
De dicht beboste, eenzame valleien,
Eilanden, nooit geweten,
De ruisende rivieren,
De fluistering van de strelend zachte winden.
Eenzaamheid vol klanken, muziek van zuiver zwijgen.
 
In zijn commentaar probeert hij je uit te leggen wat hij bedoelt met de versregels.
Als de taal hoog en verheven is schrijft Johannes ook ergens “het is ook onbegonnen werk; het hindert niet als je er niets van begrijpt”.
 
En hoewel je er inderdaad niets of weinig van begrepen hebt en zijn verhaal niet op jouw leven van toepassing lijkt te zijn, heeft hij je toch een stukje meegenomen op weg naar de Beminde.
 
Johannes van het Kruis heeft moeilijke tijden gekend. Toen hij de orde wilde hervormen naar meer onthechting, meer gebed, meer één met God, werd hij gevangen gezet in een cel van nauwelijks een vierkante meter, negen maanden lang. Negen maanden van vernedering, van een mensonwaardige behandeling. Zowel lichamelijk als geestelijk.
In die tijd wordt hij totaal onthecht, aan alles wat niet God is.
Hij ervaart dat als een Nacht die gelukkig maakt. Totale onthechting, in vereniging met de Beminde. In die cel heeft hij het Geestelijk Hooglied grotendeels geschreven.
 
Als hij later het gedicht “de donkere nacht” schrijft en becommentarieert komt de grote leraar ertoe het liefdesproces tussen mens en God te beschrijven.
 
Hij begint bij de al biddende mens. De mens die denkt “ik bid, ik mediteer en beleef daar mooie momenten in, ik doe goede werken, met mij zit het wel goed, maar… , je vindt er geen voldoening meer in. Het moment van bewustwording over wie je bent is begonnen.
 
Johannes vergelijkt deze fase met een klein kind dat niet meer gedragen wordt door zijn moeder en zelf moet leren lopen.
Johannes van het Kruis begint je te toetsen aan de hand van zeven criteria.
 
Hoogmoed, hebzucht, gierigheid, onkuisheid, toorn, onmatigheid, afgunst en geestelijke traagheid.
In meer of mindere mate hebben wij allemaal een beetje last van “gesteldheden” zoals Johannes van het Kruis dat noemt, die afgeleiden zijn van deze zeven criteria.
 
We moeten af van onze eigendunk,
af van onze jaloersheid,
af van alles willen hebben, dat houdt je alleen maar verder van God af.
We moeten af van ons eigen willen, ons eigen ik, ons leeg maken en in liefdevolle aandacht voor God, God zijn werk in ons laten doen, zegt Johannes.
Maar hoe doe je dat?
 
Johannes van het Kruis zegt dat alleen een leeg glas gevuld kan worden, maar ons glas is vol met eigen willen en moeten. Ervaar dat ergens afstand van doen je vrij en ontvankelijk maakt voor Gods werk in jou.
Langzaam aan, stapje voor stapje.
 
Je mag genieten van al wat is, maar laat het je leven niet beheersen.
Als we vandaag de dag onze nieuwe huizen zien, gevuld met alles wat de welvaart ons biedt, als we dan beveiliging moeten aanbrengen om dat alles te beschermen omdat we anders niet kunnen slapen, kan het een verademing zijn dat alles niet te hebben, ook die zorgen niet.
Als je vrij komt van innerlijke jaloersheid kan het een verademing zijn jezelf tot tevredenheid te brengen met dat wat je hebt of bent.
 
Als je denkt dat je al heel wat hebt bereikt, vergelijkt Johannes de ziel in het licht van God, met het beeld van de zonnestraal door het venster van je pas gepoetste huiskamer, oei wat een stof! Dat zag je niet toen het licht er nog niet of in mindere mate doorheen scheen. Als de kamer volkomen vrij van stof zou zijn, zou je ook de zonnestraal niet zien, zou het licht met het licht verenigd zijn. Zo blijven we een leven lang onderweg, meer en meer aan de hand van God zelf.
 
Je bidt, je werkt, je voelt je op momenten gelukkig, op ander momenten totaal niet. Wacht dan rustig af raadt Johannes ons aan. Probeer stil te zijn, in liefdevolle aandacht voor God. In stil bidden, met niet veel meer woorden dan Jezus ons leerde in het Onze Vader. Waar en wanneer je maar wilt. Of zoals de oosterse pelgrim met slechts enkel de woorden van het Jezusgebed. Herhaling van deze gebeden kunnen ons tot diepe stilte brengen, tot liefdevolle aandacht.
 
Langzaam aan voltrekt dan ook aan jou het proces van omvorming in Christus,
in een mens naar Gods beeld en gelijkenis in de mate die je gegeven is.
 
We kennen de uitdrukking voor iemand die zich goed voelt, die tot topprestaties komt op zijn eigen niveau “Ik voel me helemaal in m’n element.”
Wat is dat element?
Voor een vis is dat het water, voor een vogel de lucht en voor de mens moet dat de liefde zijn.
 
Liefdevolle aandacht voor God is complementair aan liefdevol kijken naar jezelf; ook naar de minder goede kanten van jezelf; accepteren dat je niet volmaakt bent. En ook liefdevol kijken naar het leven van je medemens, ook die is niet volmaakt.
 
Liefdevolle aandacht voor God brengt je naar liefdevolle aandacht voor jezelf en liefdevolle omgang met je medemens en heel de schepping.
 
Liefdevolle aandacht laat ieder in zijn element gedijen.
 
Enkel in de liefde groeit de mens naar liefdevolle aandacht voor God, en kan de mens volledig tot ontplooiing komen.