Navigatie Link overslaanStart > Geloof > Johannes van het Kruis > Fuente 2005.05.28
 UITNODIGING
  
voor een bijeenkomst rond de spiritualiteit van Johannes van het Kruis
op zaterdag 28 mei 2005.
 
Deze dag zullen wij ons verdiepen in het thema:
   
“Waarheid”
 
Om op passende wijze te spreken over dit doorschouwen van waarheden die zonder omhulling aan het verstand geschonken worden, moest mijn hand eigenlijk door God worden vastgehouden en de pen door Hem bestuurd. Want begrijp wel, beste lezer, wat deze waarheden op zichzelf voor de ziel betekenen gaat elk woord te boven. Ik behandel ze hier echter niet uitdrukkelijk, maar alleen om de ziel daarin te onderrichten en op weg te helpen naar de vereniging met God.
 
                                                                           Johannes van het Kruis: Bestijging van de Berg Karmel, boek 11, 26,nr.1
 
 

Bestijging van de Berg Karmel, boek 11 26, nr.4
 
   Van Mozes lezen we het volgende ( Ex. 34: 6-7). Van een verheven inzicht in God Zelf, dat Hij hem eens schonk toen Hij hem voorbij ging, sprak hij slechts uit wat hij door die bewuste algemene uitdrukkingen kon weergeven. Dat bestond hierin dat, toen de Heer in dit inzicht Mozes voorbij ging, deze zich zeer haastig ter aarde wierp en zei: Heerser, Heer, God, barmhartig en zachtmoedig, geduldig en zeer genadig en waarachtig, die de barmhartigheid welke Gij belooft tot duizenden uitstrekt.  Hieruit ziet men dat Mozes niet kon uitdrukken wat hij in een enkel inzicht van God leerde kennen; hij moest het tot uitdrukking brengen in deze overvloed van woorden.
   Bij zo’n inzicht worden wel eens woorden gezegd, maar toch ziet de ziel duidelijk in dat zij niets heeft gezegd van wat zij waarnam. Zij bemerkt immers dat er geen naam bestaat die geschikt is om zoiets te benoemen. Daarom trachtte Sint-Paulus ( 2 Kor. 12:4) toen hij dit verheven inzicht in God kreeg, ook niet er iets van mede te delen; maar hij zei slechts dat het de mens niet geoorloofd is daarover te spreken.
5. Deze goddelijke inzichten die betrekking hebben op God, hebben nooit afzonderlijke dingen tot voorwerp. Want zij hebben betrekking op het Hoogste Beginsel. Men kan ze daarom niet in bijzonderheden mededelen. Wel kan men dat doen met een waarheid omtrent iets dat minder is dan God en dat men tegelijk hiermee schouwt. Maar die inzichten in God Zelf kan men op geen enkele manier meedelen.
   Slechts de ziel die tot vereniging met God komt kan deze verheven inzichten verkrijgen. Deze vormen immers zelf de vereniging. Het hebben van deze inzichten is gelegen in een zeker beroeren van de Godheid door de ziel. Zo is het God Zelf die hier ervaren en gesmaakt wordt.
 
Bestijging van de Berg Karmel, boek 111 20, nrs 1-2
 
    David waarschuwt ons met de woorden(Ps. 61:11): Ook al hebben wij overvloed van rijkdom,
laten wij er ons niet aan hechten met het hart.
2. Al zou de mens het volgende niet doen om God en ter wille  van zijn verplichting tot de Christelijke volmaaktheid, dan zou hij het toch moeten doen vanwege het voordeel dat er op tijdelijk niveau uit voortkomt naast het geestelijke. Hij zou namelijk zijn hart op volmaakte wijze vrij moeten maken van alle vreugde in tijdelijke goederen. Hij bevrijdt zich hierdoor immers niet alleen van de verderfelijke nadelen, maar hij verwerft bovendien, door zich te ontdoen van de vreugde om tijdelijke goederen, de deugd van vrijgevigheid. Dit is een van de voornaamste eigenschappen van God en zij kan zich volstrekt niet handhaven naast hebzucht.
    Daarenboven krijgt hij vrijheid van gemoed, helderheid van verstand, rust, kalmte en vreedzaam vertrouwen op God en in de wil waarachtige volgzaamheid en onderdanigheid tegenover God.
   Hij vindt meer vreugde en voldoening in de schepselen door er zich  aan te onthechten. Als hij ze met aanhankelijkheid en gevoel van eigendom blijft beschouwen, kan hij er deze vreugde niet in smaken. Want dat is een soort bezorgdheid die de geest aan de aarde vastsnoert en de ruimheid van hart verhindert.
   In de onthechting van de dingen krijgt hij er bovendien een klaar inzicht in, zodat hij de waarheid ervan goed begrijpt, zowel op natuurlijk als op bovennatuurlijk niveau. Daarom geniet hij van deze dingen geheel anders dan iemand die eraan gehecht is: hij wint er veel bij en wordt er beter van. Want zo iemand geniet ervan overeenkomstig de waarheid, de ander overeenkomstig de onwaarheid; de eerste overeenkomstig het beste, de tweede overeenkomstig het slechtste, de eerste overeenkomstig de kern, de tweede – die er zich met zijn zintuiglijkheid aan hecht – overeenkomstig het bijkomstige. Want de zintuiglijkheid kan er niet meer uithalen en niet verder komen dan het bijkomstige. De geest echter, gezuiverd van de nevel en de schijngestalte van het bijkomstige, dringt tot de waarheid en de waarde van de dingen door.
 
Uit: Mystieke werken van Johannes van het Kruis

Lezing Fuente 28 mei 2005  WAARHEID  Marjo Bennink

"Wat is waarheid".
Dit zijn de beroemde woorden van Pilatus toen Jezus voor hem stond en had gezegd:"Gij zegt dat ik koning ben. Hiertoe ben ik geboren en hiertoe ben ik in de wereld gekomen, opdat ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem."
(Joh. 18: 38)

Ja, wat is waarheid?

We nemen het woord waarheid nogal eens in de mond; met de beste bedoelingen en vaak in de volle overtuiging dat het waar is wat we zeggen. Wanneer we iets maar vaak genoeg zeggen wordt het steeds meer waar, lijken we soms te denken.
Ook zien we liever waarheid in iets wat ons aanstaat dan in iets wat ons helemaal niet aanstaat
Hebben we wel enig idee wat het woord waarheid kan betekenen?

Kunnen wij de waarheid kennen?

Johannes van het Kruis zegt het volgende: "Het is duidelijk dat men in vele dwalingen moet
vervallen wanneer men zich bezighoudt met mededelingen en uitweidingen, en ook is het duidelijk dat dikwijls het ware vals moet schijnen en het zekere twijfelachtig en omgekeerd, omdat wij nauwelijks een waarheid grondig kunnen kennen".

 
Behalve dat wij de waarheid dus nauwelijks kunnen kennen, lijken wij vaak niet van de waarheid te houden. En wij lijken ook nog al eens bang te zijn voor waarheid. Zodanig dat we goed en vasthoudend zijn in het creëren van onze eigen waarheid. Dit komt voor wanneer we ons b.v. mooier of beter voordoen dan we zijn of wanneer we in bepaalde situaties een masker voordoen omdat we bang zijn niet geaccepteerd te worden. Of ook wanneer we die manipuleren om onze zin te krijgen omdat we bang zijn niet te krijgen of te houden wat we willen. Dat thema zien we in het klein en in het groot. Voor de kritische oplettende nieuwslezer in onze tijd zou het bijvoorbeeld duidelijk mogen zijn dat de waarheid over wat zich momenteel op ons wereldtoneel afspeelt vaak letterlijk geweld wordt aangedaan, waarheden worden achtergehouden of verdraaid. En zoals op de hoogste niveaus binnen onze samenleving gedacht wordt dat er wat te winnen valt met onwaarheden, zo denken wij dat zelf ook vaker dan we misschien toe zouden willen geven.

Maar er is geen reden om bang te zijn want, in dat wat we werkelijk zijn, kunnen wij nooit minder worden van de waarheid.

Immers : "De waarheid zal u vrij maken!"(Joh.8: 32)

En we kunnen ons nog wel herinneren dat we ooit als kind jokten of een snoepje hadden gepikt. Hoe opgelucht waren we niet wanneer we het schoorvoetend bekend hadden!

Augustinus stelt dat, zelfs al lijkt dit niet het geval te zijn, alle mensen de waarheid spontaan liefhebben. Het bewijs? Dat zelfs de meest schaamteloze leugenaar het uitermate vervelend vindt als hij zelf wordt bedrogen.


 
'Waarheid' is echter veel meer dan het tegengestelde van een leugen, de illusie en de waan.
Er zijn vele niveaus en terreinen van waarheid. Je zou om te beginnen kunnen stellen dat er heel veel relatieve waarheden bestaan. Elk mens leeft in zijn eigen waarheid, binnen zijn eigen stelsel van gedachten en opvattingen. Gedachten en opvattingen die heel juist en passend kunnen zijn op het ene moment terwijl ze het volgende moment alweer een beetje, of heel erg, veranderd kunnen zijn.

Over de ervaring dat de waarheid de ene dag anders kan zijn dan de volgende dag heeft Montaigne, schrijver en tijdgenoot van Johannes van het Kruis, het volgende gezegd:"Wat ik vandaag geloof en vind, vind en geloof ik uit volle overtuiging. Ik zou geen enkele waarheid krachtiger kunnen omhelzen en verdedigen. Ik ben er helemaal van vervuld, echt van vervuld. Het is me echter niet één keer, maar wel honderd keer, duizend keer, ja dagelijks overkomen dat ik met de inzet van al mijn vermogens en op hartstochtelijke manier een waarheid omarmde die ik later als onjuist verwierp."

Het volgende verhaaltje uit de hindoe-traditie werpt ook licht op waarheid zoals die voor ons kan verschillen:
Een meester maakte met zeven leerlingen een wandeling, terwijl de dauw nog over het land lag. Toen de zon doorbrak, schitterden de druppels. De meester stopte bij een grote dauwdruppel en vroeg:"Welke kleur heeft de druppel?" "Rood", zei de eerste leerling. "Oranje", zei de tweede en zo ging het door tot de zevende de kleur violet noemde.
Omdat de leerlingen allemaal zeker waren dat ze het goed zagen, kregen ze bijna ruzie.
Toen liet de meester hen enkele keren van plaats wisselen. En langzaam drong het tot de leerlingen door dat ze allemaal de waarheid hadden gesproken.
De meester zei:"Hoe je de waarheid ziet, hangt af van de plaats die je in het leven inneemt. Zojuist hebben jullie elk een deel van het licht gevonden en dat voor de volle waarheid aangezien. Laat daarom jullie medepelgrims in vrijheid hun eigen wegen bewandelen, hun eigen plaatsen innemen en hun eigen deel van het licht zien. Jullie hebben alle waarheden nodig, want pas die alle samen laten het werkelijke licht, de volle waarheid zien. Totdat je
zelf de zeven kleuren in één kunt waarnemen, zul je bij iedere wedergeboorte een ander standpunt innemen en de waarheid op een andere manier zien. Wees daarom niet alleen tolerant, maar wees blij dat er andere meningen zijn. Zolang je zelf nog niet het volle licht kunt zien, heb je medemensen nodig om de volle waarheid te leren kennen."

En over deze Waarheid willen we het vandaag hebben; deze volle, absolute, onveranderlijke Waarheid. De Waarheid die schuil gaat achter de veranderende waarneembare alledaagse feiten. Die Waarheid die J.v.h.K. alleen zou kunnen beschrijven als de pen in zijn hand door God bestuurd zou worden.

Kunnen we dan wel iets zeggen over deze Waarheid als zelfs J.v.h.K laat weten dat de beschrijving ieder woord te boven gaat. Woorden zijn ontoereikend om haar uit te drukken.

Jezus zei:"Ik ben de weg, de Waarheid en het leven". Hij wees ons de weg.
Hij zei niet wat de Waarheid was. Wie de Waarheid kent praat er niet over.

Ter illustratie zal ik u het verhaal vertellen van rabbi Eliazer:
Rabbi Eliazar had de waarheid volkomen ervaren. Sindsdien wilde hij niet meer spreken. Toch wist men hem over te halen om in de synagoge iets te komen zeggen over zijn grondeloze ervaring. Toen hij op het spreekgestoelte stond, vroeg hij aan de mensen: "weten jullie het?", Waarop iedereen volmondig uitriep "Nee! , Wij weten het niet!", "Maar hoe zou ik jullie ook maar iets kunnen vertellen als jullie het niet weten", zei de rabbi, en hij
vertrok. Nog een keer werd hij overgehaald om over zijn ervaring iets te zeggen en weer herhaalde hij de vraag: "weten jullie het?" Deze keer antwoordde iedereen: " ja! , Wij weten het!", "Mooi" zei de rabbi, "dan hoef ik het niet meer te vertellen, en hij vertrok. Voor een derde keer werd hij overgehaald om te komen spreken en weer stelde hij dezelfde vraag: "weten jullie het?". Dit keer wijzer geworden antwoordden de gelovigen: "De ene helft weet het, de andere helft niet", waarop de rabbi onmiddellijk antwoordde: "Laten zij die het weten het dan maar vertellen aan degenen die het niet weten", en hij vertrok.
Waarheid kan niet gezocht, gevraagd, gevonden of uitgelegd worden.
Waarheid behoort niemand toe, zij is van iedereen.

 
Waarheid is een land zonder paden.

 
Waarheid is wat altijd hetzelfde is, in het verleden, het heden en de toekomst (Sanskriet vers)

 
De Waarheid is overal; is in volstrekte schoonheid en volmaaktheid overal en
in ons aanwezig.

 
Waarheid heeft geen behoefte aan bewijzen.
Waarheid heeft ons hart nodig, geen logica (logica heeft nooit iemand naar waarheid geleid),
geen redeneringen (redeneringen zijn spelletjes), maar onze liefde, ons vertrouwen, onze openheid naar God.

In het boeddhisme worden de vier belangrijkste hindernissen genoemd die ons beletten de waarheid te zien:
1) de waarheid is eenvoudigweg te dichtbij om herkend te worden. Zoals wij, zonder hulpmiddel, ons gezicht niet kunnen zien.
2) zij is te diep om te peilen. Wij hebben geen idee hoe diep zij zou kunnen zijn; als we dat wel hadden, zouden we haar al, in zekere mate, gerealiseerd hebben.
3) Het is te gemakkelijk om te geloven. In feite is alles wat we moeten doen, eenvoudigweg rusten in het naakte, pure gewaarzijn.
4) Het is te fantastisch om te bevatten. De enorme onmetelijkheid ervan is te immens om in onze beperkte manier van denken te passen. We kunnen het gewoon niet geloven.

Mystici, heiligen en kerkleraren hebben ons altijd de weg gewezen en ons aangemoedigd om aan hun leidinggevende hand verder en door te gaan tot wij de waarheid gevonden hebben.

Soms krijgen wij kleine kijkjes op Waarheid als genade in de schoot geworpen. Iedereen heeft wel eens zo een ervaring gehad, dat iemand iets zei en dat u wist dat, wat gezegd werd, een snaar beroerde diep in uw binnenste die resoneerde met wat u als diepe waarheid ervoer.
Zo herinner ik me, uit een periode dat ik worstelde met het idee dat ik aan alle kanten te kort schoot, niet goed of goed genoeg of alleen maar slecht was, een belangrijke ervaring: ik reed met m'n gezin in de auto naar m'n schoonouders en ik hoorde over de autoradio: wij zijn niet wat we denken of doen: dat zijn slechts jasjes, kledingstukken, inwisselbaar, verbeterbaar
(verstelbaar). In ons diepste wezen zijn wij een onaantastbare, stralende, gouden kern, onveranderbaar in zijn pure schoonheid. De kledingstukken: onze daden, emoties, gevoelens en ideeën, zijn inwisselbaar, onze stralende ware aard zit daaronder verborgen.
Dit kwam bij mij binnen als een waarheid waaraan niet valt te tornen.

Op dat moment viel alle getob van mij af. Ik kan slechte dingen doen, ik kan slechte dingen denken; dat maakt mij, mijn wezen, mijn onaantastbare kern, niet slecht.

Uiteindelijk moet de waarheid vanuit ons eigen innerlijk ontdekt worden. De uiteindelijke waarheid kan niet in de buitenwereld, in de voorwerpen waar we naar kijken en die we zien, ontdekt worden.
Wanneer de waarheid iets buiten onszelf zou zijn, dan zou zij allang ontdekt zijn, zoals alle grote vindingen.
De waarheid vinden we niet in de geschriften. De waarheid vinden we in ons hart; en wanneer we de waarheid kennen, herkennen we deze in alle heilige geschriften.

De zoektocht naar waarheid is eigenlijk niets anders dan eerlijk opsporen wat de waarheid in de weg staat. Onder die diep weggestopte angst waarop wij het stevige bolwerk van onze ideeën hebben geconstrueerd ligt de Waarheid verborgen.

De Waarheid kan niet verloren gaan.
 
We hoeven alleen de sluiers te verwijderen dan wordt de Waarheid zichtbaar,
want de Waarheid was nooit verhuld.

Wat lijkt in te staan tussen de Waarheid en ons, dat zijn we zelf.

En om ons aan te moedigen ons éénpuntig te richten op Waarheid en ons niet te laten afleiden van ons doel zegt J.v.h.K in de donkere nacht (in de taal van die tijd): "Met iemand die verblind is door zijn verlangens gaat het immers zo, dat hij, staande temidden van de waarheid en wat goed voor hem is, er niet in slaagt er meer van te zien dan wanneer hij in duisternis gehuld was." en "Wanneer de verlangens en de genoegens en het steunen op de zinnen zijn uitgedoofd, dan is het verstand zuiver en vrij om de waarheid te begrijpen".

De kennis van de Waarheid hebben wij niet verloren door deze te vergeten.

Achter elk beeld dat we vormen blijft de Waarheid onveranderd.

Mogen wij steeds meer waarheid denken, waarheid voelen, en waarheid doen.
Zodat wij steeds meer worden als een bron die de Waarheid in deze wereld verspreidt door integere liefdevolle woorden en daden en met respect voor alles wat leeft.

Moge vandaag voor ons hier en nu de deur naar de Waarheid weer een beetje meer open gaan.

Ik wil graag eindigen met de woorden van Meister Eckhart:
moge de liefdevolle milde God,
die de waarheid is,
ons allen geven
dat wij de waarheid in onszelf vinden
en gewaar worden.