Navigatie Link overslaanStart > Geloof > Johannes van het Kruis > Fuente 2008.10.18
 UITNODIGING
 
 
voor een bijeenkomst rond de spiritualiteit van Johannes van het Kruis
op zaterdag 18 oktober 2008
 
Deze dag zullen wij ons verdiepen in het thema:
 
 
“de verlichting in de geest”
 
 
In de nacht die de kans geeft,
in het geheim, zodat geen mens mij zien kon
en ook ikzelf niets waarnam:
ik had geen ander leidslicht
dan wat er in mijn eigen binnenst brandde.
 
      Johannes van het Kruis: Donkere Nacht  Boek II, 25, nrs. 1-4 blz. 955
 

Donkere Nacht  Boek II, 25, nrs. 1-4 blz. 955
 
            Verklaring
 
1. De ziel gaat nog steeds verder met de vergelijking. Zij past het beeld van de natuurlijke nacht toe op haar geestelijke nacht. Zij bezingt en verheerlijkt nog altijd de goede eigenschappen die hij bevat. Zij vond deze door die nacht en maakte er gebruik van om vlug en veilig het gewenste doel te bereiken. Zij noemde hier drie eigenschappen op.
 
2. Ten eerste zegt zij dat God in die gelukkige nacht van de beschouwing de ziel over een eenzame en geheime weg van beschouwing vooruitbrengt. Deze weg ligt zover af en verwijderd van de zintuiglijkheid, dat niets van de zintuiglijkheid of van een aanraking door een schepsel tot de ziel kan doordringen op een wijze dat het haar stoort of hindert op de weg naar de vereniging in liefde.
 
3. De tweede eigenschap, waarover zij spreekt, volgt uit de geestelijke duisternis van die nacht. Hierin verkeren alle vermogens van het hoger niveau van de ziel in het duister. De ziel kijkt naar niets en kan ook naar niets kijken. Zij houdt zich alleen met God bezig om tot Hem te gaan. Zij is immers bevrijd van de hindernissen, die vormen en voorstellingen en natuurlijke waarnemingen. Deze toch beletten de ziel gewoonlijk één te worden met het blijvende zijn van God.
 
4. De derde eigenschap bestaat in het volgende. De ziel vindt geen steun bij een of ander particulier innerlijk licht van het verstand en ook niet bij een gids van buiten. Zij vindt daarbij geen voldoening op deze verheven weg. Die dichte duisternis berooft haar immers van dit alles. Alleen de liefde brandt in deze periode door haar hart op te eisen voor de Beminde. De ziel wordt alleen door de liefde geleid en bewogen. Deze doet haar haar God tegemoet vliegen over die weg van de eenzaamheid, zonder dat zij weet, hoe of op welke wijze.
 
Dan volgt het vers:
 
In de nacht die de kans geeft,
in het geheim, zodat geen mens mij zien kon
en ook ikzelf niets waarnam:
ik had geen ander leidslicht
dan wat er in mijn eigen binnenst brandde.
 
 
Donkere Nacht  Inleiding 2 blz. 822
 
Hier breekt het commentaar in alle kopieën plotseling af. Vond hij dat hij er genoeg over had gezegd en dat het gedicht nu maar verder voor zichzelf moest spreken? Is de rest van het commentaar verloren gegaan? Zeker is dat hij in de Proloog zelf een onderscheid maakt tussen de twee eerste strofen en de zes overige. Van de zes strofen die hij in dit tractaat niet van commentaar voorziet, zegt hij dat ze spreken over de wonderlijke uitwerking van de verlichting in de geest en over de vereniging met God in liefde.

Lezing Fuentedag 18 oktober 2008                                                        Klaas Kroezen
 
“de verlichting in de geest”
 
Nederland is het meest verlichte land van Europa,
zo werd enkele jaren geleden met Amerikaanse satellietopnames vastgesteld.
Verlicht in die zin dat de donkerte van de nacht steeds meer wordt verdrongen door kunstlicht.
 
Veel Nederlanders weten niet meer hoe bekoorlijk een donkere en vooral ook stille nacht kan zijn. Uit vakantieverhalen zult u herkennen dat mensen stille en echt donkere nachten
hebben ervaren als een bijzondere belevenis.
 
Vandaag gaat het om een andere ‘donkere nacht’, de geestelijke donkere nacht.
Deze wordt ook wel eens vergeleken met de menselijke weg, waarmee ik zal beginnen.
 
Als je in een situatie terecht komt waarin je geest in duisternis verkeert,
niets je pad verlicht en je geen antwoord krijgt op de vraag “waarom?”.
Het leven heeft zijn smaak verloren en zelfs vreugde proeft als azijn.
Waar eens evenwicht was, is nu vertwijfeling.
Het ergste is dat dit lijden uitzichtloos lijkt
en geen enkele oplossing in zicht komt, hoe lang het ook duurt.
De aanleiding voor deze staat van eindeloze radeloosheid kan velerlei zijn.
Ernstige ziekten, plotseling overlijden van naasten
of financiële problemen zoals velen nu meemaken.
Een geestelijke crisis die begint met het moment
dat alle zekerheid onder je voeten wordt weggeslagen.
Het kruis dat je te dragen krijgt lijkt onmenselijk zwaar en dat is het ook.

Je eerste kompas, het verstand, werkt niet meer in deze emotionele situatie.
Ook je intuïtie blijft het antwoord schuldig en daarmee verzinkt elk houvast in drijfzand.
Je verkeert in een permanente staat van innerlijke dorst die nergens door gelaafd kan worden.
Is er wel een uitweg?

Dit lijkt veel op een burnout of depressie. Maar dat hoeft niet per se.
De vraag is: ‘waar eindigt de nacht en gloort het eerste licht van de dag’?

De uitweg die de kerk ons geeft is geloof, hoop en liefde.
Het geloof leert je, dat niemand een zwaarder kruis krijgt dan hij of zij kan dragen.
Vraag niet om een eerlijke verdeling van het menselijk leed, want ieder krijgt het zijne of hare, ongevraagd, ongewild en schijnbaar willekeurig. Ieder huis heeft zijn eigen kruis.
Maar als je kunt leren vertrouwen dat je last voor jou draaglijk is of alsnog zal worden,
zet je het allereerste stapje naar de uitgang.

Hierdoor krijg je weer een sprankje hoop.
Zolang je nog in volledige duisternis verkeert lijkt dit verder weg dan ooit,
maar in elk mens leeft het goddelijk vermogen tot hoop.
Hoop op verbetering, op verlichting en in ultimo op zingeving.
Hoe duister je weg ook lijkt,
de hoop zal je een antwoord schenken op een moment dat het daarvoor tijd is.

En dan komt het moment dat je weer in staat bent om liefde te ervaren.
Als dat vermogen weer opbloeit weet je zeker dat het dieptepunt voorbij is.
De donkere nacht is een beproeving die volgt op verlies en inkrimping.
Niet dat daarna alles meteen gladjes verloopt, maar er volgt na het lijden een nieuw inzicht.
Je probeert antwoord te vinden op de vraag ‘wat kan mijn bijdrage in de gemeenschap zijn?”.
Welk pad heb ik daarbij te volgen?
Dan smelten geloof, hoop en liefde samen tot één.

Op 5 september 1997 overleed Moeder Teresa.
Tien jaar later verscheen een boek waarin haar dagboeken en brieven waren verwerkt onder de titel Mother Teresa: Come Be My Light
met de auteurs: Mother Teresa & Brian Kolodiejchuk

Een zeer boeiend en persoonlijk verslag van het leven van moeder Teresa.
Het bevat vele brieven die zij gedurende haar leven aan haar geestelijke leiders schreef.
Het boek laat een worstelende heilige zien die al die jaren bijna niets van God voelde.
Door dit boek kregen wij inzicht in de Donkere Nacht van Moeder Teresa.

Vijftig jaar lang hielp Moeder Teresa glimlachend en biddend de armen van Calcutta.
“De glimlach is een masker” schreef ze in een brief aan haar biechtvader.
Twee verschillende Moeder Teresa’s.
“De stilte en de leegheid is zo groot, dat ik kijk en niet zie, - luister en niet hoor
- de tong beweegt [in gebed] maar spreekt niet.” schreef Moeder Teresa aan haar biechtvader. Drie maanden daarvoor, 11 december 1979, ontving ze de Nobelprijs voor de Vrede.
Ze herinnerde haar toehoorders eraan dat de vreugde van Christus overal is:
“Christus in onze harten, Christus in de armen die we ontmoeten,
Christus in de glimlach die we geven en in de glimlach die we ontvangen.”
Naar buiten een standvastige gelovige, van binnen een ziel die klaagt over geestelijke dorheid.
Het boek ‘Come be my light’ bevat meer dan veertig uitspraken waarin de ‘heilige uit de goot’
klaagt over de droogheid, donkerheid, eenzaamheid en kwelling die ze ondergaat.

,,In mijn ziel voel ik vreselijke pijn die met een groot verlies gepaard gaat,’’ schreef ze.
,,Ik voel dat God me niet wil, dat God God niet is, dat God niet bestaat.’’
Wie niet vertrouwd is met de mystieke literatuur, leest zulke woorden
– het zijn zowat de strafste uit het hele boek –
als een glasheldere belijdenis van geloofsafval.
Hoe dat te rijmen valt met een leven van radicale evangelische dienstbaarheid aan de armsten
en met een veeleisend gebedsleven, stemt tot nadenken.

Die solidariteit met verlaten mensen komt nu in een nieuw licht te staan:
ze was zelf ook een verlatene.
Grote mystici als Johannes van het Kruis, Teresa van Avila of Thérèse van Lisieux,
maakten het fenomeen van de ‘geestelijke donkere nacht’ ook mee.
Op hun weg naar heiligheid beleefden ze periodes van extreme godverlatenheid.
Of beter: waren ze aangewezen op de trouw aan hun roeping
en op hun loutere geloof in Gods – reële, maar onvoelbare – nabijheid.

Die ervaring is verwant aan wat zich in de partnerliefde afspeelt:
ook die krijgt, na de aanvankelijke overrompelende verliefdheid,
een rustiger elan, kent haar dorre periodes, maar rijpt op haar best tot een intense, milde liefde.
De vergelijking illustreert hoe moeilijk de hele kwestie ligt in onze cultuur.
Mystici van hun kant ontwikkelen door hun gevoel van godverlatenheid
veelal een innige band met de verlaten Christus aan het kruis, die uitriep
,,God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’’
Dat ze zo op een duizelingwekkende manier het hart van het christelijke geloofsgeheim naderen, hoeft geen betoog.

De ontdekking dat ook Moeder Teresa in dat rijtje thuishoort,
doet haar betekenis ver boven haar oorspronkelijke apostolaat uitstijgen.
Ze had om te beginnen weet van een initiële ‘aanraking’
en cultiveerde ook haar leven lang een zoektocht naar God.
Ze heeft blijkbaar niet alleen een boodschap voor dakloze dompelaars,
maar ook voor wie met hart en ziel wil geloven maar met twijfels kampt:
voor atheïsten, zoekers en… gelovigen.
Voor iedereen, dus ook voor ons.

Kunnen wij bij ons zelf iets herkennen van een lichamelijke of geestelijke donkere nacht?
Zijn we ooit aangeraakt?
Herkennen we in ons leven
een punt waarop we in vol vertrouwen terugzien als zijnde die zekerheid die we God noemen?
Is er een punt in ons leven dat we op zoek gingen?
Alles wilden weten.
Het ene boek na het andere verslonden
De ene spirituele cursus na de andere volgden
om maar noch dichter bij Hem te komen.
 
Vorige week vertelde een bekende dominee dat hij heel veel verschillende Bijbels had.
Op de vraag ‘waarom heeft u zoveel Bijbels?” antwoordde hij:
“Het is niet omdat ik Bijbels verzamel.
Het is omdat ik de Bijbel nodig heb.
Ik zoek altijd een nieuwe vertaling.
Ik wil altijd iets nieuws.
Daarom heb ik zoveel Bijbels.
Want daarin vind ik mijn levenskracht.
 
Is die hunkering naar nog meer Bijbels,
naar nog meer geestelijke boeken,
naar nog meer spirituele cursussen een poging om uit je geestelijke donkere nacht te raken?
 
De donkere nacht is een woord voor een pijnlijke periode in het leven
waarin God op ‘n heel andere manier werkt in de mens, met het doel deze te bevrijden.
 
Johannes van het Kruis heeft veel geschreven over de donkere nacht van de ziel.
De Engelse vertaler Allison Peers beschouwt dit dichtwerk,
geschreven in 1577 tijdens de gevangenschap van Johannes,
als ‘de prachtigste en meest melodieuze spirituele lofzang’.
Deze ‘Donkere nacht’ en de toelichting erop
beschrijven voor de intuïtief aangelegde lezer
de overwinning van de liefde.

In de taal van geliefden, zoals die van de soefi’s, gaat het over een minnaar (de menselijke ziel) die tracht de Geliefde (God of het goddelijke Zelf) te bereiken
en zich daaraan over te geven:
In het gedicht beschrijft Johannes van het Kruis hoe de ziel omgevormd wordt.
'Ziel' staat bij hem voor de gehele persoon en is de toegangsplaats tot het geestelijk leven.
In de ziel vindt de ontmoeting plaats tussen God en de mens.
In het centrum daarvan bevindt zich de 'substantie'
en daar is God onmiddellijk aanwezig als 'Bron van alle zijn'.

In het gedicht voltrekt dit proces van 'omvorming' zich in twee Nachten.
In de Nacht van de Zinnen worden de zintuiglijke vermogens omgevormd.
Deze zijn van nature naar buiten gericht,
omdat hiermee het natuurlijke streefvermogen verbonden is.
In de Nacht van de Geest worden de geestelijke vermogens omgevormd
door de goddelijke krachten van geloof, hoop en liefde.

Dan volgt het vers:
In de nacht die de kans geeft,
in het geheim, zodat geen mens mij zien kon
en ook ikzelf niets waarnam:
ik had geen ander leidslicht
dan wat er in mijn eigen binnenst brandde.
 
Hier breekt het commentaar in alle kopieën plotseling af.
Vond hij dat hij er genoeg over had gezegd
en dat het gedicht nu maar verder voor zichzelf moest spreken?
Is de rest van het commentaar verloren gegaan?
Zeker is dat hij in de Proloog zelf een onderscheid maakt
tussen de twee eerste strofen en de zes overige.
Van de zes strofen die hij in dit traktaat niet van commentaar voorziet, zegt hij
dat ze spreken over de wonderlijke uitwerking van de verlichting in de geest
en over de vereniging met God in liefde.
 
Voorafgaand aan dit vers benoemt Johannes van het Kruis drie eigenschappen:
 
De eerste eigenschap:
niets van de zintuiglijkheid of van een aanraking door een schepsel
kan tot de ziel doordringen
op een wijze dat het haar stoort of hindert
op de weg naar de vereniging in liefde.
 
De tweede eigenschap:
De ziel kijkt naar niets en kan ook naar niets kijken.
Zij houdt zich alleen met God bezig om tot Hem te gaan.
 
De derde eigenschap:  
De ziel vindt geen steun bij een of ander particulier innerlijk licht van het verstand
en ook niet bij een gids van buiten.
De ziel wordt alleen door de liefde geleid en bewogen.
Deze doet haar haar God tegemoet vliegen over die weg van de eenzaamheid,
zonder dat zij weet, hoe of op welke wijze.
 
Dan volgt het vers:

In de nacht die de kans geeft,
in het geheim, zodat geen mens mij zien kon
en ook ikzelf niets waarnam:
ik had geen ander leidslicht
dan wat er in mijn eigen binnenst brandde.
 
Laten we na deze tekst Johannes van het Kruis maar volgen en stil wezen
om de wonderlijke uitwerking van de verlichting in de geest
en de vereniging met God in liefde
op ons in te laten werken.