Navigatie Link overslaanStart > Geloof > Johannes van het Kruis > Fuente 2005.10.08
 UITNODIGING
 
voor een bijeenkomst rond de spiritualiteit van Johannes van het Kruis
op zaterdag 8 oktober 2005.
 
Deze dag zullen wij ons verdiepen in het thema:
 
 
“Overgave”
 
 
En door zich te verlieven
Heeft zij zichzelf verdaan en won toen alles.
 
                                                                           Johannes van het Kruis: Geestelijk Hooglied Strofe 29.
 
 
Mijn ziel blijft voorbehouden
Aan Hem: al wat ik heb staat Hem ten dienste;
Ik hoed niet meer mijn kudden,
Neem ook geen andre dienst meer:
Mijn dienst bestaat alleen nog in beminnen.
 
Mijn ziel blijft voorbehouden
Aan Hem.
3. Met deze versregel ‘Mijn ziel blijft voorbehouden aan Hem’ bedoelt zij de overgave van zichzelf aan de Beminde in die liefdesvereniging, waarin de ziel met al haar vermogens (verstand, wil en geheugen) te zijnen dienste staat en Hem is toegewijd. Zij gebruikt immers haar verstand om te weten wat het meest tot zijn dienst strekt teneinde dit te doen, haar wil om al wat God behaagt lief te hebben en in alles de wil van God aan te hangen, en haar geheugen en zorg voor wat Hem dienstig en het meest aangenaam is. Verder zegt zij:
 
Al wat ik heb staat Hem ten dienste.
4. Onder dit ‘al wat ik heb’ wordt hier verstaan alles wat thuis hoort op het zintuiglijk niveau van de ziel. Dit zintuiglijk niveau omvat het lichaam met al zijn zintuigen en vermogens - inwendige zowel als uitwendige - en heel de natuurlijke uitrusting, namelijk de vier passies, de natuurlijke strevingen en al wat de ziel nog meer bezit.
Omdat heel het bezit van de ziel zozeer in dienst staat van God als wij hebben gezegd, moet voor de ziel noodzakelijk ook gelden wat zij zegt in het volgende vers, namelijk:
 
Ik hoed niet meer mijn kudden.
6) Dit wil zoveel zeggen als: Ik hol niet meer achter mijn zin en verlangens aan. Omdat de ziel ze immers op God gericht en aan Hem geschonken heeft, voedt en onderhoudt zij ze niet meer voor zichzelf.
Zij zegt niet alleen dat zij deze kudden niet meer hoedt, maar voegt daar nog aan toe: (Ik)
 
Neem ook geen andere dienst meer.
7. Gewoonlijk vervult de ziel een massa nutteloze diensten voordat zij ertoe komt zichzelf en haar bezit te schenken en over te geven aan de Beminde. Met deze diensten kwam zij tegemoet aan haar eigen verlangen en dat van anderen. We mogen gerust zeggen dat zij zoveel diensten vervulde als zij onvolmaaktheden en slechte gewoonten had. Zulke onvolmaakte gewoonten kunnen zijn: dat zij het als haar taak en plicht beschouwt te spreken en te denken over nutteloze zaken en ze ook te doen, terwijl zij er geen gebruik van maakt op een wijze die overeenstemt met de volmaaktheid van de ziel; zo’n ziel heeft gewoonlijk ook nog andere verlangens waarmee zij aan andermans verlangen tegemoet komt, bijvoorbeeld pralerij, plichtplegingen, vleierij, eerbetoon, goed willen schijnen en de mensen willen behagen met wat men doet, en nog vele andere nutteloze dingen, waarmee zij het de mensen naar de zin probeert te maken. Daaraan besteedt zij dan de zorgen, het verlangen, de activiteit en tenslotte heel het bezit van de ziel.
Al deze diensten is zij nu kwijt, zoals zij zegt. Al haar woorden, gedachten en activiteiten behoren nu immers aan God en zijn gericht op Hem, terwijl zij niet meer de onvolmaaktheid met zich meebrengen die hun vroeger gewoonlijk aankleefde. Wat zij zegt komt dus hierop neer: Ik tracht nu niet meer mijn eigen verlangen of dat van een ander te bevredigen, en ik houd me ook niet meer bezig en onledig met ander nutteloos tijdverdrijf of dingen van de wereld,
 
Mijn dienst bestaat alleen nog in beminnen.
8. Dit wil zoveel zeggen als: Al dit dienstbetoon is nu geconcentreerd rond de praktijk van de liefde tot God. Dit betekent dat alle bekwaamheid van mijn ziel en lichaam, geheugen, verstand, wil, in- en uitwendige zinnen, strevingen op zintuiglijk en geestelijk niveau, dat dit alles als drijfveer en doel de liefde heeft. Al wat ik doe doe ik uit liefde, en al wat ik lijd lijd ik onder het genot van de liefde.
 
Uit: Mystieke werken van Johannes van het Kruis